Hit & run

by

Uw naam?
Uw adres?
Ge weet toch dat ge dik in de miserie zit? Zatlap!

Drie flikken en fel licht. Mijn kop staat op ontploffen. Waar is Pansj? Waar is De Frakke? En Schele Otter?

Uw naam, heb ik gevraagd!

Ik krijg een vuist in mijn gezicht. Een pijnscheut trekt door gans mijn lijf en ik vlieg achteruit tegen de muur. Dikke smeerlap, denk ik. Dikke, vette, lelijke smeerlap! En ik probeer recht te staan, maar gans de wereld draait rond en ik val er telkens af.

Ge zit dik in de miserie, ket”, zegt een van de flikken weer. Alsof ik dat nu nog niet door heb. Mijn neus bloedt. Mijn lip is kapot. En ik begin langzaam maar zeker te ontnuchteren.

Als ge denkt dat we u ooit nog los gaan laten, dan zit ge ernaast, manneke. We rijden met u naar de procureur morgenvroeg. En ge moogt gerust zijn: het zal niet om te lachen zijn.

Ik lach toch.
Ik krijg weer slaag.
En stampen.

Misschien zou ik mijn naam wel zeggen, als ik hem nog wist. Misschien zou ik mijn adres wel geven, als ik het nog kende. Misschien zou ik iedereen er wel bij lappen, maar ik kan mij geen namen of gezichten herinneren. Enkel de vlammen. De kreten. De kogelschoten. De geur van bezine in de kantoren van de RVA.

Die nachtwaker had een vrouw en kinderen”, roept de grootste flik. Ik voel zijn combat hard tussen mijn benen terecht komen. Pijn. Zo’n erge pijn dat ik niet hoor hoe er geklopt wordt op de deur van het verhoorlokaal.

Een mijnheer voor u, wachtmeester.

Zeg dat ik kom.

Hij zegt dat het dringend is.

Godverdomme. Als het die bruinsteker van Comité P weer is…

De andere twee flikken maken van de gelegenheid gebruik om buiten een saf te bollen. Ik haal diep adem. Even de tijd om terug bij bewustzijn te komen. Om bloed te spuwen en te beseffen dat ik inderdaad meer dan “dik in de miserie” zit. In een witte cel. Met gladde muren. En een vloer vol tegels die ongetwijfeld gemakkelijk te poetsen zijn. Ik ga instorten, denk ik. Ik ga beginnen roepen en schreeuwen en blijten en zeggen dat het mij allemaal spijt. En dat dat het niet zo bedoeld was. Dat ik geen vrijheidsstrijder ben, maar gewoon iemand die voorbij kwam op het verkeerde moment. Hoe kon ik weten dat ze het kot daar gingen affikken, midden in de nacht? Mag een mens al niks meer gaan drinken in Leuven?

Kom mee”, roept Pansj. Hij staat in de deuropening en draagt een AK47 over zijn schouder.

Komaan, pvc!”, roept ook Schele Otter. Hij lost een salvo in de lucht. Er vliegen stukken kalk van het het plafond. Pas nu hoor ik de sirenes. Ik ruik de rook en het buskruit en het bloed. Het is de geur van vrijheid. Van wraak.

Straks staat fucking Groep Diane hier, godverdomme, Pvc. Maak voort.

Ok. Ik pak mijne frak.”

Laat uwe frak voor wat hij is, verdomme. We ritsen u wel ergens een andere frak. Loop mee. Rap.

Ik loop mee. Op automatische piloot. Tussen de vlammen, het spervuur en het geroep. De Frakke gooit de deur van de kamionette open en nog voor we er goed inzitten, vliegt hij met gierende banden de Ring op.

Wel koud zonder frak…

Dju, pvc. Pakt u ne Cara en zwijgt over diene frak.

Ik knik verdwaasd. Ik drink. En ik besef dat de zotten die u drank en drugs en brandbommen in uw pollen steken, soms wel degelijk uw enige vrienden kunnen zijn.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s


%d bloggers liken dit: