Kutweer (2)

by

We staan voor de deur van nummer 3. Hier is vroeger een kaffee geweest. Een kroeg. Maar nu is er een reisbureau of een verzekeringskantoor of zoiets.

Godverdomme!

De Frakke spuwt op de grond. Hij is pas uit Het Zothuis en we willen er ene gaan scheppen. De Pansj, De Frakke en ik.

Ik weet een nachtwinkel zijn”, zeg ik.
Voor mij is CARA goed”, Zegt Pansj.

Het heeft hem nooit veel uitgemaakt. En ook nu we in de gietende regen op zoek zijn naar een plek om ons te bezatten, doet hij niet moeilijk. De Frakke is terug uit Het Zothuis en dat moet gevierd worden.

Wat hebt ge van medicatie gekregen? Blauw pillekes? Of witte?
Witte.
Die ronde bollekes? Dat zijn de beste. Daar gaat ge hard van.
We gieten onze lauwe CARA naar binnen.

Het is alsof er nooit jaren zijn verstreken. Alsof we niet elk onze tijd in gevangenschap hebben doorgebracht: jobs, relaties, detentiehuizen en daklozencentra. En Het Zothuis. In het geval van De Frakke. Want als ge ene doodgeslagen hebt, zijt ge beter af in Het Zothuis.

We praten. We zwijgen. We lopen door de natte straten. En als we moeten pissen, stampen we eerst de ruit van een auto stuk.
We drinken. We zwalpen. We zoeken ambras met de mensen in de winkelstraten. We trekken aan hun parapluus en we roepen en we tieren. Dat ze losers zijn en krapuul en dat de flikken hen eens met een matrak in hun hol zouden moeten koteren. Dat ze dan wel anders zouden piepen. De flikken, ja! De flikken! Ge hebt het goed gehoord, madam! In uw hol! Uw dik, lelijk, vet hol! Waar ge mee kakt en waar dat dan uw vent en uw gebuur en de facteur hun zak in leegspuiten. Dat hol, madam! Ge moogt het goed weten!

En het braaf mens dat De Frakke probeert te kalemeren krijgt ene trek tegen haar bakkes. En de mens die haar komt helpen ook. En ik probeer Pansj tegen te houden. Maar tevergeefs. De Pansj is sterk. Allez, dik. En zwaar en lomp. Ge houdt dat niet zomaar tegen. Niet als dat gedronken heeft.
Ze hebben er uiteindelijk drie flikken voor nodig. Twee oude venten en zo’n madammeke dat de parkeerboetes uitschrijft. Maar toch: drie flikken, voor één Pansj.
En De Frakke geeft ook niet af en uiteindelijk pakken ze ons mee. Mij, De Pansj, De Frakke, het braaf menske dat er zich mee is komen moeien, de dwaze paljas die in de weg liep en iemand die op weg was naar een bloemenwinkel, maar van de gelegenheid gebruik had gemaakt om De Frakke in zijn kloten te stampen. De lafaard. De smeerlap. In de combi proberne we hem nog een ferm pak rammel te geven, maar ze spreiden ons over twee combi’s en ze doen ons plastieken handboeien aaan.

’s anderendaags sta ik op straat naast het braaf mens dat De Frakke heeft proberen te kalmeren. Ze is nog altijd over haar toeren en ze zaagt dat ze in de bak heeft gezeten terwijl ze niks heeft gedaan. En ik zeg dat ze haar bakkes moet houden. En ze stopt. Ik vraag of ze mee iets gaat drinken omdat ze dat wel verdiend heeft.
Eerst twijfelt ze, want ze moet eigenlijk naar huis. Naar haar man en kinderen en haar Leven en zo, maar dan denkt ze: een pint kan geen kwaad. En we gaan naar de nachtwinkel en we kopen ons enigste Cara’s en ik vraag haar hoe ze heet en ze zegt Conny.

Conny?”, vraag ik.
Ja, pvc?
Ge zijt een braaf menske.

En we blijven CARA drinken op de stoep voor de nachtwinkel tot out gaan.

Moest De Frakke niet terug in Het Zothuis zitten, hij had het geweldig gevonden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s


%d bloggers liken dit: